|
|
|
Verblijfsrecht In de Nederlandse Vreemdelingenwet en de daarop gebaseerde lagere regelgeving is geregeld óf en hoe een vreemdeling (= niet Nederlander) een verblijfsvergunning kan krijgen en wanneer een vreemdeling verwijderd kan worden uit Nederland. Een verblijfsvergunning kan verleend worden op asielgronden of op reguliere gronden: Op dit gedeelte van deze website geven we u globale informatie. Het vreemdelingen- en vluchtelingenrecht is echter een ingewikkeld terrein dat voortdurend aan wijzigingen onderhevig is. Al snel is de hulp van een gespecialiseerde rechtshulpverlener/advocaat nodig. Medische aspecten bij de toelating van vreemdelingen Medische problemen kunnen op een aantal manieren in de asielprocedure of reguliere procedure aan de orde komen:
Naast de algemene voorwaarden waaraan moet worden voldaan bij het aanvragen van een reguliere verblijfsvergunning, zoals het hebben van een MVV*, een geldig paspoort **, voldoende middelen van bestaan etc. moet voor het verkrijgen van een vergunning voor medische behandeling nog aan een aantal extra voorwaarden voldaan zijn (artikel 3.46 Vreemdelingenbesluit): a. Nederland moet naar het oordeel van de minister het meest aangewezen land zijn voor de behandeling b. het moet gaan om een noodzakelijke behandeling, en c. de financiering dient deugdelijk geregeld te zijn. De omstandigheid dat Nederland 'het meest aangewezen land' is, kan verband houden met de aard van de ziekte, een bijzondere specialisatie in dit land of andere factoren waardoor behandeling elders voor de betrokkene minder aangewezen is. Ter beoordeling van de vraag of de beoogde behandeling in Nederland 'noodzakelijkerwijs' dient plaats te vinden, is mede van belang dat informatie beschikbaar is omtrent de gezondheidstoestand van de betrokken vreemdeling. Die informatie wordt opgevraagd door het Bureau medische advisering bij de behandeld artsen nadat daarvoor toestemming is gegeven door de vreemdeling. * Van de harde eis dat de aanvrager in het bezit is van een geldig MVV als hij de aanvraag indient voor een vergunning voor medische behandeling wordt afgeweken als het gelet op de gezondheidstoestand van de aanvrager niet verantwoord is om te reizen. In de toelichting op dit artikel staat dat de vreemdeling (medisch gezien) niet in staat moet zijn de behandeling van de mvv-aanvraag in het land van herkomst af te wachten. Om vrijstelling van het mvvvereiste te verkrijgen dient men bij de aanvraag van de verblijfsvergunning een beroep te doen op de vrijstellingsgrond.(artikel 17, eerste lid onder c Vw 2000; B1/1.2.1. ad c Vc). Wanneer de vreemdeling onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag een andere verblijfsvergunning had, bijvoorbeeld een asielvergunning die is ingetrokken, dan zal het mvv-vereiste ook niet worden gesteld mits de aanvraag voor een verblijfsvergunning voor medische behandeling onmiddellijk daarna wordt ingediend.(art. 17, lid 1 onder e Vw) De minister kan het mvv-vereiste buiten toepassing laten wanneer de toepassing naar het oordeel van de Minister tot "een onbillijkheid van overwegende aard" leidt (hardheidsclausule) (art. 3.71 lid 4 Vb). ** Van de eis dat een aanvrager in het bezit moet zijn van een geldig paspoort wordt afgeweken als de aanvrager kan aantonen dat hij niet (meer) in het bezit van een geldig paspoort kan worden gesteld door zijn eigen autoriteiten. (artikel 3.72 Vb) De vergunning voor medische behandeling is van tijdelijke aard en wordt verleend voor de duur van de behandeling, met een maximum van een jaar. Het is mogelijk om de verblijfsvergunning voor medische behandeling voor vijf jaren te verlenen, indien de behandeling naar het oordeel van de minister blijvend aan Nederland is gebonden (art. 3.60 Vb). Voor het verkrijgen van de vergunning moeten leges worden betaald. Ook is het mogelijk een vergunning voor voortgezet verblijf aan te vragen wanneer na 3 jaar de medische behandeling nog voor minstens 1 jaar moet worden voortgezet. Dit kan alleen als gedurende de voorafgaande 3 jaren aan de oorspronkelijke voorwaarden is voldaan. Na omzetting van de vergunning in een vergunning voor voortgezet verblijf is het verblijfsrecht niet tijdelijk meer. Daardoor kan na vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of het Nederlanderschap aangevraagd worden. Gezinsleden die zich in Nederland bevinden en afhankelijk zijn van een vreemdeling die een regulier vergunning voor medische behandeling heeft gekregen, kunnen in het bezit worden gesteld van een afhankelijke verblijfsvergunning omdat van hen in redelijkheid niet kan worden verlangd dat zij terugkeren naar het land van herkomst. Deze verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: 'verblijf bij …' met de toevoeging 'arbeid niet toegestaan'. De geldigheidsduur van deze verblijfsvergunning is dezelfde als die van de hoofdpersoon. De verblijfsvergunning op grond van een medische noodsituatie In de vreemdelingencirculaire is apart beleid opgenomen voor de situatie dat sprake is van een medische noodsituatie. Bij een medische noodsituatie kan in een aantal gevallen vrijstelling gegeven worden van het mvv-vereiste, het paspoortvereiste, het middelenvereiste, het openbare orde vereiste en het vereiste van de deugdelijke ziektekostenfinanciering bij het verlenen van een verblijfsvergunning. Onder medische noodsituatie wordt volgens het beleid verstaan: de situatie waarbij betrokkene lijdt aan een stoornis, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vast staat dat het achterwege blijven van behandeling op korte termijn zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade. Deze is van langdurige aard als de medische behandeling ter voorkoming van het ontstaan van de medische noodsituatie naar verwachting langer dan één jaar zal duren. Bovendien kan behandeling niet in het land van herkomst of een ander land plaatsvinden. Gezinsleden die zich in Nederland bevinden en afhankelijk zijn van een vreemdeling die een vergunning wegens medische noodzaak krijgt, kunnen in het bezit worden gesteld van een afhankelijke verblijfsvergunning omdat van hen in redelijkheid niet kan worden verlangd dat zij terugkeren naar het land van herkomst. Deze verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: 'verblijf bij …' met de toevoeging 'arbeid niet toegestaan'. De geldigheidsduur van deze verblijfsvergunning is dezelfde als die van de hoofdpersoon. De verblijfsvergunning vanwege een medische noodsituatie is een tijdelijke vergunning, die verleend wordt voor maximaal één jaar. Ieder jaar moet dus opnieuw een vergunning worden gevraagd en de daarbij behorende leges worden betaald. Uitstel van vertrek (artikel 64 Vw 2000) Als een vreemdeling niet langer rechtmatig in Nederland verblijft rust op hem een vertrekplicht en kan de overheid hem uitzetten (uit Nederland verwijderen). Als een vreemdeling echter zo ziek is dat hij niet in staat is om te reizen kan aan hem uitstel van vertrek worden verleend, als voldaan is aan zeer strikte voorwaarden. Wanneer een vrouw zwanger is heeft ze vanaf zes weken voor tot zes weken na de bevalling recht op uitstel van vertrek dat ze via de IND kan verkrijgen. Ook vreemdelingen die een behandeling vanwege tuberculose moeten ondergaan kunnen uitstel van vertrek krijgen zodat ze hun behandeling afmaken. In de praktijk wordt niet snel aangenomen dat iemand niet in staat is om te reizen. De IND moet zich door een arts laten adviseren. Vaak wordt ook het Bureau medische advisering ingeschakeld. Pas als aan de vreemdeling uitstel van vertrek is verleend op grond van artikel 64, kan hij, indien hij geen middelen van bestaan heeft, opvang krijgen van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Hij krijgt een daggeldvergoeding en de ziektekostenregeling voor asielzoekers is dan op hem van toepassing. Indien hij geen huisvesting heeft, kan hij ook in een asielzoekerscentrum worden geplaatst. Om dit te regelen moet de IND het formulier M54 doorzenden aan het COA. Zodra de uitzetbelemmering ophoudt, worden de verstrekkingen beëindigd. Vreemdelingen die een aanvraag hebben ingediend voor een vergunning voor medische behandeling/ medische noodzaak, die zich feitelijk in dezelfde (medische) situatie bevinden als een persoon die uitstel van vertrek krijgt, kunnen eveneens gebruik maken van de opvangvoorzieningen voor asielzoekers. Dat is geregeld in een wijzigingsbesluit vreemdelingencirculaire wbv 2004/59. Voor deze situatie (analoge toepassing artikel 64 Vw) moet het formulier M54 worden gebruikt door de IND. Wie is rechtmatig in Nederland? Wanneer is iemand illegaal in Nederland? In de Vreemdelingenwet is vastgelegd wanneer een vreemdeling rechtmatig in Nederland is. In alle andere gevallen als beschreven in artikel 8 Vw 2000 is sprake van illegaal (niet-rechtmatig) verblijf. Van rechtmatig verblijf is sprake als de vreemdeling:
Het hebben van rechtmatig verblijf geeft nog geen aanspraak op voorzieningen. Voor de aanspraak op voorzieningen is een verblijfsvergunning nodig. Asielzoekers en bepaalde andere categorieën vreemdelingen krijgen voorzieningen die in overeenstemming zijn met de aard van hun verblijf. Illegaal verblijf in Nederland Uitgeprocedeerde asielzoekers kunnen, als ze geen verblijfsvergunning in Nederland hebben gekregen, er voor 'kiezen' om niet terug te gaan naar hun land van herkomst. Sommigen reizen naar een ander land om daar te proberen asiel te krijgen, anderen ‘kiezen’ ervoor om in Nederland te blijven. Ze zijn dan illegaal in Nederland. Nadat ze hun recht op asielzoekers opvang zijn kwijtgeraakt, moeten ze zien te overleven in Nederland. Sinds de invoering van de Koppelingswet in 1998 hebben illegalen, niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen, geen aanspraak op overheidsvoorzieningen. De overheid heeft dit in vrijwel alle wetten vastgelegd. De overheid wil niet dat een illegaal een schijn van legaal verblijf kan wekken doordat hij een beroep kan doen op overheidsvoorzieningen en de overheid wil met de uitsluiting van alle voorzieningen ook het verblijf in Nederland ontmoedigen. Een illegaal heeft geen recht op bijstand, kan geen huursubsidie krijgen, een werkgever mag een illegaal niet zo maar in dienst nemen, een illegaal kan zich niet bij een zorgverzekeraar verzekeren, een illegaal heeft geen recht op kinderbijslag en heeft geen recht op een woonvergunning. Op deze uitsluiting van alle overheidsvoorzieningen worden 3 uitzonderingen gemaakt:
Toelatingsbeleid Asiel Een verblijfsvergunning asiel kan worden verleend worden aan iemand, omdat
Met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd asiel kan iemand als hij aan de voorwaarden voldoet ook Nederlander worden. Om vast te stellen of de asielzoeker bescherming nodig heeft, moet hij een asielverzoek indienen in een Aanmeldcentrum (AC). Soms wordt daarvoor een afspraak gemaakt en vindt de formele indiening van het asielverzoek enkele dagen tot weken later plaats. In de tussentijd kan de aspirant-asielzoeker wachten in een TNV (tijdelijke noodvoorziening) als het een eerste asielaanvraag betreft. Als het gaat om een tweede of volgende asielaanvraag wordt geen opvang geboden in de TNV in afwachting van de formele indiening van deze nieuwe asielaanvraag. In het aanmeldcentrum wordt op basis van een eerste gehoor, waarin reisroute, nationaliteit en identiteitsvaststelling centraal staan, door de immigratie- en naturalisatiedienst (IND) beoordeeld of het asielverzoek zonder uitvoerig onderzoek kan worden afgewezen. Als dit niet het geval is wordt de asielaanvraag in behandeling genomen en kan betrokkene gebruik maken van de opvangvoorzieningen [Lees verder]. Wanneer dit wel het geval is, wordt de aanvraag volgens een versnelde procedure binnen 48 werkuren ofwel maximaal zes werkdagen in het AC afgewezen. Alle stappen van de gewone asielprocedure worden in de versnelde procedure in grote vaart afgehandeld. Voor degelijk onderzoek blijft maar weinig tijd over. Oorspronkelijk was deze versnelde asielprocedure bedoeld om misbruik van de asielprocedure tegen te gaan. Nu is deze procedure eerder regel dan uitzondering. Als het volgens de IND niet mogelijk is in zo’n korte tijd een beslissing te nemen, wordt de asielzoeker doorgestuurd naar een opvangcentrum, waar er meer tijd is voor de behandeling van het asielverzoek. Het nader gehoor Het nader gehoor vormt de basis van de asielprocedure. De asielzoeker vertelt tijdens dit gesprek met een ambtenaar van de IND waarom hij is gevlucht. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt. De IND neemt op basis van deze informatie een beslissing op het asielverzoek. Er hangt dus nogal wat van af. Medewerkers van VluchtelingenWerk Nederland zijn -zoveel mogelijk - aanwezig bij het nader gehoor als de vluchteling of de rechtshulpverlener daar om vraagt, of wanneer er volgens VluchtelingenWerk Nederland aanleiding voor is. Beschikking De beslissing op het asielverzoek moet de IND volgens de Vreemdelingenwet binnen zes maanden nemen. Die termijn kan in een individueel geval met maximaal een half jaar worden verlengd, wanneer onderzoek of advies door een andere instantie dan de IND nodig is. Bij een positieve beslissing op het asielverzoek, krijgt de asielzoeker een ‘verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel’. Een negatieve beslissing betekent automatisch dat de asielzoeker Nederland binnen 28 dagen moet verlaten. De asielzoeker kan tegen een negatieve beslissing in beroep gaan. De beslissing op de asielaanvraag is sinds de invoering van de Vreemdelingenwet 2000 een 'meeromvattende beslissing'. De afwijzende beslissing betekent, dat iemand:
De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie kan de beslistermijn voor asielzoekers uit een bepaald land of gebied collectief verlengen. Dit noemt men het besluitmoratorium. Deze asielverzoeken worden dan ‘in de ijskast’ gezet. Per persoon kan dit maximaal een jaar duren. Zo’n besluitmoratorium kan ingesteld worden als:
Beroep Als een asielverzoek wordt afgewezen maar de asielzoeker tóch bang is voor vervolging, kan hij tegen de afwijzing in beroep gaan. De rechter beoordeelt dan of de beslissing van de IND terecht was. Een asielzoeker die tijdig beroep instelt, mag deze beslissing afwachten in Nederland. Hij krijgt automatisch ‘schorsende werking met betrekking tot de uitzetting’: hij mag in de opvang blijven en wordt niet uitgezet tot de rechter uitspraak heeft gedaan. Dit geldt echter niet voor een asielzoeker die beroep instelt tegen een negatieve beslissing die in de versnelde procedure in het aanmeldcentrum is genomen. Deze asielzoeker moet apart een verzoek indienen bij de rechter om de uitkomst van het beroep in Nederland te mogen afwachten. In de tussentijd krijgt hij geen opvang meer en komt hij op straat te staan. Hoger beroep Tegen de beslissing van de rechter kan de asielzoeker of de Staat nog hoger beroep instellen bij de Raad van State. Anders dan bij het beroep is aan het instellen van hoger beroep geen schorsende werking verbonden. De asielzoeker mag de beslissing dus niet automatisch in Nederland afwachten, maar moet daar apart een verzoek voor indienen bij de rechter. Een asielzoeker is uitgeprocedeerd als hij niet meer in beroep gaat of kan gaan tegen een negatieve beslissing. Een uitgeprocedeerde asielzoeker moet Nederland verlaten. Als hij niet zelf binnen 28 dagen is vertrokken, wordt hij uit de opvang verwijderd. De overheid kan de uitgeprocedeerde asielzoeker ook Nederland uitzetten. Vertrekmoratorium Als een asielzoeker is uitgeprocedeerd, moet hij het land dus verlaten. Maar soms is het toch niet verantwoord om mensen uit te zetten. Als de situatie in het land van herkomst ernstig is verslechterd bijvoorbeeld. De regering kan dan een ‘vertrekmoratorium’ afkondigen. Gedurende maximaal een jaar worden afgewezen asielzoekers uit dat land dan niet uitgezet en hebben zij recht op opvang. Hierboven is de asielprocedure beschreven zoals die is sinds de invoering van de Vreemdelingenwet 2000 op 1 april 2001. Asielzoekers die onder de oude Vreemdelingenwet asiel aanvroegen hebben soms met een afwijkende procedure te maken gehad. Tweede of volgend asielverzoek Na afwijzing van de asielaanvraag kan de asielzoeker een tweede aanvraag indienen. De procedure verschilt in wezen niet van de eerste asielprocedure. De aanvraag kan dus al binnen 48 uur in de versnelde procedure afgewezen worden of de aanvraag kan, omdat nader onderzoek nodig is in de normale procedure worden behandeld. In de periode oktober 1998 tot 1 januari 2006 werd gedurende de behandeling van een vervolgasielprocedure in beginsel geen opvang geboden. Vanaf 1 januari 2006 wordt ongeacht het feit of het een eerste of een volgende asielaanvraag betreft altijd opvang geboden door het COA als de aanvraag NIET in het aanmeldcentrum is afgewezen. Een tweede of volgende asielaanvraag moet worden ingediend nadat daarvoor een speciale afspraak is gemaakt met het Aanmeldcentrum in Ter Apel. De tweede of volgende asielaanvraag kan worden afgewezen als een herhaalde aanvraag als er geen nieuwe feiten of omstandigheden worden gesteld (Nova). De Algemene wet bestuursrecht zegt dat een tweede of volgende aanvraag zonder nader onderzoek kan worden afgewezen als er geen nieuwe feiten of omstandigheden worden gesteld. (art. 4:6 Awb) De IND kan de aanvraag dan afwijzen binnen enkele dagen in het aanmeldcentrum. Volgens vaste jurisprudentie is er sprake van nieuwe feiten en omstandigheden, indien deze: a. op het moment waarop de eerdere aanvraag werd afgewezen niet bekend waren of redelijkerwijs niet bekend konden zijn; én b. aanleiding geven tot heroverweging van de afwijzing van de eerdere aanvraag. Uitgangspunt is dus dat de vreemdeling bij de eerste aanvraag alle hem bekende informatie en documenten overlegt. Deze jurisprudentie komt voort uit de gedachte dat het aan de asielzoeker is om alle relevante informatie naar voren te brengen en zo aannemelijk te maken dat hij of zij in aanmerking dient te komen voor een asielvergunning. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dit in het belang van een 'ordelijke besluitvorming'. Op grond hiervan is de Afdeling van oordeel dat feiten die eerder naar voren gebracht hadden kunnen worden, geen nova zijn. Deze jurisprudentie heeft geleid tot een stroom aan kritiek en dan met name ten aanzien van in een later stadium aanvoeren van traumatische gebeurtenissen (zoals mishandelingen en/of verkrachtingen). Indien bij terugkeer sprake is van een reëel risico op genitale verminking, dan kan een meisje volgens het beleid van de minister in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Met betrekking tot herhaalde aanvragen en art. 4:6 Awb, wordt in het beleid (TBV 2003/48) het volgende opgemerkt: Voor meisjes, die in Nederland zijn geboren en die bij terugkeer naar het land van herkomst van de ouders bedreigd worden met genitale verminking, terwijl de ouders reeds zijn uitgeprocedeerd in een eerdere asielprocedure, kan een nieuw asielverzoek worden ingediend. Dit geldt eveneens voor in Nederland geboren meisjes, waarvan een beroep op een dreigende genitale verminking om procedurele redenen niet in een eerdere asielprocedure van de ouders kon worden meegenomen. In deze gevallen wordt geen toepassing gegeven aan artikel 4:6 Awb. Gezien het bovenstaande is het van groot belang dat een tweede asielaanvraag pas wordt ingediend als dat goed is voorbereid, liefst met een gespecialiseerde rechtshulpverlener. Nota Bene Iedere asielzoeker krijgt in de loop van de asielprocedure een rechtshulpverlener toegewezen. In een zo vroeg mogelijk stadium van de procedure moeten (medische) feiten naar voren worden gebracht die van belang zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Iedereen kan juridisch advies inwinnen bij het Juridisch Loket. Voor adressen zie www.hetjl.nl [Terug] |
|
|
||||