Cookies
niet toestaan
Cookies toestaan

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en het tonen van publicaties.

Toelatingsbeleid Asiel

Een verblijfsvergunning asiel kan worden verleend worden aan iemand, omdat

  • hij bescherming tegen vervolging nodig heeft;
  • iemand bij terugkeer een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan folteringen, onmenselijke behandeling of bestraffing;
  • van iemand naar het oordeel van de Minister op grond van klemmende redenen van humanitaire aard die verband houden met de redenen van vertrek uit zijn land van herkomst, niet gevergd kan worden dat hij terugkeert naar het land van herkomst;
  • terugkeer naar het land van herkomst naar het oordeel van de minister van bijzondere hardheid zou zijn.
    Ook aan de directe gezinsleden van een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning asiel wordt verleend, kan onder bepaalde voorwaarden een verblijfsvergunning asiel worden verleend mits de stappen tot gezinshereniging ook binnen 3 maanden na de vergunningverlening zijn gezet.

 
De verblijfsvergunning asiel wordt verleend met een geldigheidsduur van vijf jaar. Als de asielaanvraag is ingediend voor 1 september 2004, is de geldigheidsduur drie jaar. Gedurende deze vijf jaar is de vergunning intrekbaar. Als op de laatste dag van de vijf jaar de grond voor de verlening nog steeds aanwezig is, dan kan een vergunning voor onbepaalde tijd asiel worden verleend. Deze vergunning voor onbepaalde tijd asiel kan niet meer ingetrokken worden vanwege wijzigingen in het land van herkomst. Intrekking is dan slechts mogelijk als achteraf blijkt dat verkeerde gegevens zijn overgelegd of als betrokkene zich schuldig maakt aan een misdrijf of zich langdurig buiten Nederland vestigt.
Met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd asiel kan iemand als hij aan de voorwaarden voldoet ook Nederlander worden.

Om vast te stellen of de asielzoeker bescherming nodig heeft, moet hij een asielverzoek indienen in een Aanmeldcentrum (AC).
Soms wordt daarvoor een afspraak gemaakt en vindt de formele indiening van het asielverzoek enkele dagen tot weken later plaats. In de tussentijd kan de aspirant-asielzoeker wachten in een TNV (tijdelijke noodvoorziening) als het een eerste asielaanvraag betreft. Als het gaat om een tweede of volgende asielaanvraag wordt geen opvang geboden in de TNV in afwachting van de formele indiening van deze nieuwe asielaanvraag.

In het aanmeldcentrum wordt op basis van een eerste gehoor, waarin reisroute, nationaliteit en identiteitsvaststelling centraal staan, door de immigratie- en naturalisatiedienst (IND) beoordeeld of het asielverzoek zonder uitvoerig onderzoek kan worden afgewezen.
Als dit niet het geval is wordt de asielaanvraag in behandeling genomen en kan betrokkene gebruik maken van de opvangvoorzieningen. Lees verder.

Wanneer dit wel het geval is, wordt de aanvraag volgens een versnelde procedure binnen 48 werkuren ofwel maximaal zes werkdagen in het AC afgewezen. Alle stappen van de gewone asielprocedure worden in de versnelde procedure in grote vaart afgehandeld. Voor degelijk onderzoek blijft maar weinig tijd over. Oorspronkelijk was deze versnelde asielprocedure bedoeld om misbruik van de asielprocedure tegen te gaan. Nu is deze procedure eerder regel dan uitzondering.

Als het volgens de IND niet mogelijk is in zo’n korte tijd een beslissing te nemen, wordt de asielzoeker doorgestuurd naar een opvangcentrum, waar er meer tijd is voor de behandeling van het asielverzoek.

Het nader gehoor
Het nader gehoor vormt de basis van de asielprocedure. De asielzoeker vertelt tijdens dit gesprek met een ambtenaar van de IND waarom hij is gevlucht. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt. De IND neemt op basis van deze informatie een beslissing op het asielverzoek. Er hangt dus nogal wat van af. Medewerkers van VluchtelingenWerk Nederland zijn -zoveel mogelijk - aanwezig bij het nader gehoor als de vluchteling of de rechtshulpverlener daar om vraagt, of wanneer er volgens VluchtelingenWerk Nederland aanleiding voor is.

Beschikking
De beslissing op het asielverzoek moet de IND volgens de Vreemdelingenwet binnen zes maanden nemen. Die termijn kan in een individueel geval met maximaal een half jaar worden verlengd, wanneer onderzoek of advies door een andere instantie dan de IND nodig is.
Bij een positieve beslissing op het asielverzoek, krijgt de asielzoeker een ‘verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel’.
Een negatieve beslissing betekent automatisch dat de asielzoeker Nederland binnen 28 dagen moet verlaten. De asielzoeker kan tegen een negatieve beslissing in beroep gaan.
De beslissing op de asielaanvraag is sinds de invoering van de Vreemdelingenwet 2000 een 'meeromvattende beslissing'. De afwijzende beslissing betekent, dat iemand:

  • geen bescherming in Nederland krijgt;
  • zelfstandig moet vertrekken uit Nederland;
  • geen rechtmatig verblijf meer heeft;
  • uitgezet kan worden uit Nederland;
  • de asielopvang moet verlaten binnen 28 dagen;
  • door de politie ontruimd kan worden.
    Daar zijn geen aparte beslissingen meer voor nodig.

Besluitmoratorium
De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie kan de beslistermijn voor asielzoekers uit een bepaald land of gebied collectief verlengen. Dit noemt men het besluitmoratorium. Deze asielverzoeken worden dan ‘in de ijskast’ gezet. Per persoon kan dit maximaal een jaar duren. Zo’n besluitmoratorium kan ingesteld worden als:

  • naar verwachting een korte periode van onzekerheid zal bestaan over de situatie in het land van herkomst;
  • de onveilige situatie in het land van herkomst naar verwachting van korte duur zal zijn;
  • het aantal ingediende aanvragen uit een bepaald land of een bepaalde regio zo groot is dat de IND redelijkerwijs niet in staat is daar tijdig op te beslissen.

Het kan dus voorkomen dat een asielzoeker twee jaar op een beslissing moet wachten: zes maanden voor de standaard beslistermijn, zes maanden verlenging voor nader onderzoek, plus een jaar besluitmoratorium.

Beroep
Als een asielverzoek wordt afgewezen maar de asielzoeker tóch bang is voor vervolging, kan hij tegen de afwijzing in beroep gaan. De rechter beoordeelt dan of de beslissing van de IND terecht was.
Een asielzoeker die tijdig beroep instelt, mag deze beslissing afwachten in Nederland. Hij krijgt automatisch ‘schorsende werking met betrekking tot de uitzetting’: hij mag in de opvang blijven en wordt niet uitgezet tot de rechter uitspraak heeft gedaan.
Dit geldt echter niet voor een asielzoeker die beroep instelt tegen een negatieve beslissing die in de versnelde procedure in het aanmeldcentrum is genomen. Deze asielzoeker moet apart een verzoek indienen bij de rechter om de uitkomst van het beroep in Nederland te mogen afwachten. In de tussentijd krijgt hij geen opvang meer en komt hij op straat te staan.

Hoger beroep
Tegen de beslissing van de rechter kan de asielzoeker of de Staat nog hoger beroep instellen bij de Raad van State. Anders dan bij het beroep is aan het instellen van hoger beroep geen schorsende werking verbonden. De asielzoeker mag de beslissing dus niet automatisch in Nederland afwachten, maar moet daar apart een verzoek voor indienen bij de rechter.

Een asielzoeker is uitgeprocedeerd als hij niet meer in beroep gaat of kan gaan tegen een negatieve beslissing. Een uitgeprocedeerde asielzoeker moet Nederland verlaten. Als hij niet zelf binnen 28 dagen is vertrokken, wordt hij uit de opvang verwijderd. De overheid kan de uitgeprocedeerde asielzoeker ook Nederland uitzetten.

Vertrekmoratorium
Als een asielzoeker is uitgeprocedeerd, moet hij het land dus verlaten. Maar soms is het toch niet verantwoord om mensen uit te zetten. Als de situatie in het land van herkomst ernstig is verslechterd bijvoorbeeld. De regering kan dan een ‘vertrekmoratorium’ afkondigen. Gedurende maximaal een jaar worden afgewezen asielzoekers uit dat land dan niet uitgezet en hebben zij recht op opvang.

Hierboven is de asielprocedure beschreven zoals die is sinds de invoering van de Vreemdelingenwet 2000 op 1 april 2001. Asielzoekers die onder de oude Vreemdelingenwet asiel aanvroegen hebben soms met een afwijkende procedure te maken gehad.

Tweede of volgend asielverzoek
Na afwijzing van de asielaanvraag kan de asielzoeker een tweede aanvraag indienen. De procedure verschilt in wezen niet van de eerste asielprocedure. De aanvraag kan dus al binnen 48 uur in de versnelde procedure afgewezen worden of de aanvraag kan, omdat nader onderzoek nodig is in de normale procedure worden behandeld. In de periode oktober 1998 tot 1 januari 2006 werd gedurende de behandeling van een vervolgasielprocedure in beginsel geen opvang geboden. Vanaf 1 januari 2006 wordt ongeacht het feit of het een eerste of een volgende asielaanvraag betreft altijd opvang geboden door het COA als de aanvraag NIET in het aanmeldcentrum is afgewezen.

Een tweede of volgende asielaanvraag moet worden ingediend nadat daarvoor een speciale afspraak is gemaakt met het Aanmeldcentrum in Ter Apel. De tweede of volgende asielaanvraag kan worden afgewezen als een herhaalde aanvraag als er geen nieuwe feiten of omstandigheden worden gesteld (Nova). De Algemene wet bestuursrecht zegt dat een tweede of volgende aanvraag zonder nader onderzoek kan worden afgewezen als er geen nieuwe feiten of omstandigheden worden gesteld. (art. 4:6 Awb) De IND kan de aanvraag dan afwijzen binnen enkele dagen in het aanmeldcentrum.
Volgens vaste jurisprudentie is er sprake van nieuwe feiten en omstandigheden, indien deze:
a. op het moment waarop de eerdere aanvraag werd afgewezen niet bekend waren of redelijkerwijs niet bekend konden zijn; én
b. aanleiding geven tot heroverweging van de afwijzing van de eerdere aanvraag.
Uitgangspunt is dus dat de vreemdeling bij de eerste aanvraag alle hem bekende informatie en documenten overlegt.
Deze jurisprudentie komt voort uit de gedachte dat het aan de asielzoeker is om alle relevante informatie naar voren te brengen en zo aannemelijk te maken dat hij of zij in aanmerking dient te komen voor een asielvergunning. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dit in het belang van een 'ordelijke besluitvorming'. Op grond hiervan is de Afdeling van oordeel dat feiten die eerder naar voren gebracht hadden kunnen worden, geen nova zijn.
Deze jurisprudentie heeft geleid tot een stroom aan kritiek en dan met name ten aanzien van in een later stadium aanvoeren van traumatische gebeurtenissen (zoals mishandelingen en/of verkrachtingen).

Indien bij terugkeer sprake is van een reëel risico op genitale verminking, dan kan een meisje volgens het beleid van de minister in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Met betrekking tot herhaalde aanvragen en art. 4:6 Awb, wordt in het beleid (TBV 2003/48) het volgende opgemerkt:
Voor meisjes, die in Nederland zijn geboren en die bij terugkeer naar het land van herkomst van de ouders bedreigd worden met genitale verminking, terwijl de ouders reeds zijn uitgeprocedeerd in een eerdere asielprocedure, kan een nieuw asielverzoek worden ingediend. Dit geldt eveneens voor in Nederland geboren meisjes, waarvan een beroep op een dreigende genitale verminking om procedurele redenen niet in een eerdere asielprocedure van de ouders kon worden meegenomen. In deze gevallen wordt geen toepassing gegeven aan artikel 4:6 Awb.

Gezien het bovenstaande is het van groot belang dat een tweede asielaanvraag pas wordt ingediend als dat goed is voorbereid, liefst met een gespecialiseerde rechtshulpverlener.

Nota Bene
Iedere asielzoeker krijgt in de loop van de asielprocedure een rechtshulpverlener toegewezen. In een zo vroeg mogelijk stadium van de procedure moeten (medische) feiten naar voren worden gebracht die van belang zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
Iedereen kan juridisch advies inwinnen bij het Juridisch Loket. Voor adressen zie www.hetjl.nl

  • hij bescherming tegen vervolging nodig heeft;
  • iemand bij terugkeer een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan folteringen, onmenselijke behandeling of bestraffing;
  • van iemand naar het oordeel van de Minister op grond van klemmende redenen van humanitaire aard die verband houden met de redenen van vertrek uit zijn land van herkomst, niet gevergd kan worden dat hij terugkeert naar het land van herkomst;
  • terugkeer naar het land van herkomst naar het oordeel van de minister van bijzondere hardheid zou zijn.
    Ook aan de directe gezinsleden van een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning asiel wordt verleend, kan onder bepaalde voorwaarden een verblijfsvergunning asiel worden verleend mits de stappen tot gezinshereniging ook binnen 3 maanden na de vergunningverlening zijn gezet.

De verblijfsvergunning asiel wordt verleend met een geldigheidsduur van vijf jaar. Als de asielaanvraag is ingediend voor 1 september 2004, is de geldigheidsduur drie jaar. Gedurende deze vijf jaar is de vergunning intrekbaar. Als op de laatste dag van de vijf jaar de grond voor de verlening nog steeds aanwezig is, dan kan een vergunning voor onbepaalde tijd asiel worden verleend. Deze vergunning voor onbepaalde tijd asiel kan niet meer ingetrokken worden vanwege wijzigingen in het land van herkomst. Intrekking is dan slechts mogelijk als achteraf blijkt dat verkeerde gegevens zijn overgelegd of als betrokkene zich schuldig maakt aan een misdrijf of zich langdurig buiten Nederland vestigt.
Met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd asiel kan iemand als hij aan de voorwaarden voldoet ook Nederlander worden.

Om vast te stellen of de asielzoeker bescherming nodig heeft, moet hij een asielverzoek indienen in een Aanmeldcentrum (AC).
Soms wordt daarvoor een afspraak gemaakt en vindt de formele indiening van het asielverzoek enkele dagen tot weken later plaats. In de tussentijd kan de aspirant-asielzoeker wachten in een TNV (tijdelijke noodvoorziening) als het een eerste asielaanvraag betreft. Als het gaat om een tweede of volgende asielaanvraag wordt geen opvang geboden in de TNV in afwachting van de formele indiening van deze nieuwe asielaanvraag.

In het aanmeldcentrum wordt op basis van een eerste gehoor, waarin reisroute, nationaliteit en identiteitsvaststelling centraal staan, door de immigratie- en naturalisatiedienst (IND) beoordeeld of het asielverzoek zonder uitvoerig onderzoek kan worden afgewezen.
Als dit niet het geval is wordt de asielaanvraag in behandeling genomen en kan betrokkene gebruik maken van de opvangvoorzieningen