Cookies
niet toestaan
Cookies toestaan

Voor een volledige werking van de website worden cookies op uw computer gezet. Daarnaast worden cookies geplaatst voor het bijhouden van bezoekersgedrag binnen Google Analytics, de werking van social media knoppen en het tonen van publicaties.

Wie kan gebruik maken van de opvangvoorzieningen voor asielzoekers?

Asielzoekers
Een asielzoeker krijgt recht op opvang als zijn asielaanvraag in behandeling is genomen én niet direct in het Aanmeldcentrum is afgewezen. De asielzoeker krijgt van de vreemdelingenpolitie een W-document. Medewerkers van het COA (Centraal orgaan opvang asielzoekers) in het Aanmeldcentrum zorgen ervoor dat de asielzoeker een plaats krijgt in een opvangcentrum. Als de asielzoeker zich houdt aan de (huis)regels, dan houdt de asielzoeker opvang gedurende zijn gehele asielprocedure. Hij moet dan wel tijdig tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag in beroep gaan. Het recht op opvang eindigt van rechtswege 28 dagen nadat de afgewezen asielzoeker rechtmatig verwijderbaar is geworden. Dat is hij als de asielaanvraag is afgewezen en ook het beroep tegen de afwijzing ongegrond was. Als er hoger beroep wordt ingesteld behoudt de asielzoeker zijn recht op opvang als hij een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indient bij de rechter tot 4 weken na de afwijzende beslissing van de rechter op dat verzoek. De rechter kan het verzoek natuurlijk ook inwilligen.

Voordat de Vreemdelingenwet 2000 in werking trad, hield de asielzoeker opvang zolang hij meewerkte aan het verkrijgen van (reis-)documenten. Op die afgewezen asielzoekers is het 'meewerk-criterium' van toepassing. Dit beleid is nog van toepassing op een deel van de asielzoekers dat nu nog in de opvang verblijven. Voor alle andere asielzoekers geldt dus dat ze 28 dagen nadat ze rechtmatig verwijderbaar zijn geworden, de opvang moeten verlaten.
Doen ze dat niet, dan kan de ambtenaar belast met het vreemdelingentoezicht hen uit de opvang verwijderen. De afwijzing van de asielaanvraag roept deze bevoegdheid in het leven.

In de gemeenten wonen ook nog asielzoekers in ROA-woonruimte. Sinds 1996 worden er geen nieuwe asielzoekers geplaatst op ROA-plaatsen. Het is de bedoeling dat deze regeling wordt opgeheven.

In de gemeenten wonen ook nog mensen in woonruimte die de gemeente destijds beschikbaar moest stellen aan houders van een Voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv). Deze opvangregeling is opgeheven met de komst van de Vreemdelingenwet 2000op 1 april 2001. Voor zover er nog ex-houders van een vvtv op grond van de zorgwet vvtv gehuisvest zijn, eindigt hun opvangrecht van rechtswege vier weken nadat de intrekking van de vvtv onherroepelijk is geworden.

Voor asielzoekers met psychische problemen bestaan er aparte opvangcentra: 'Abri' en 'de Vonk'. Speciaal voor asielzoekers met 'onaangepast gedrag' zijn er bij een aantal centra dependances ingericht, de zogenaamde AMOG's.

Indieners tweede of volgend asielverzoek
Het recht op opvang wordt alleen aan de asielzoeker geboden tijdens zijn eerste asielprocedure. Een tweede of volgend asielverzoek geeft in beginsel geen recht op opvang sinds 1998. Alleen als er sprake is van bijzondere humanitaire omstandigheden kan na het in behandeling nemen van een tweede asielverzoek door de IND opvang van het COA verkregen worden. De gezondheidstoestand van de asielzoeker kan daarbij een rol spelen.
Als niet Nederland maar een ander land overeenkomstig de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, dan krijgt deze asielzoeker sinds eind 2002 toch opvang gedurende de periode dat de asielaanvraag om die reden nog niet is afgewezen.

Alleenstaande minderjarige asielzoekers houden tot hun 18de jaar opvang ook al zijn ze uitgeprocedeerd. Het COA voorziet in de opvang van jongeren van 15 tot 18 jaar. Stichting Nidos, de voogdij-instelling, zorgt ervoor dat ama's tot 15 jaar worden gehuisvest. Gezinnen bestaande uit meerdere broertjes/zusjes worden opgevangen door het COA als de oudste boven de 15 jaar is bij aankomst in Nederland. De andere kindgezinnen worden door Nidos gehuisvest.

Vreemdelingen met uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw 2000 (niet kunnen reizen vanwege de gezondheidstoestand van de vreemdeling of een van zijn gezinsleden), kunnen gebruik maken van de voorzieningen van het COA.

Aanvragers van een reguliere verblijfsvergunning, die ziek zijn
Een vreemdeling die een aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning heeft ingediend kan géén aanspraak maken op voorzieningen van de Nederlandse overheid, behoudens de voorzieningen waarop ook illegalen aanspraak kunnen maken (rechtshulp, medisch noodzakelijke hulp én toegang tot het onderwijs voor kinderen onder de 18 jaar). Als ze echter in een vergelijkbare slechte gezondheidspositie verkeren als mensen met uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw 2000 (meer info over artikel 64 Vw 2000), dan kunnen ze aanspraak maken op de asielzoekersopvangvoorzieningen inclusief de ziektekostenregeling. Dat is geregeld in het tussentijdse bericht vreemdelingencirculaire TBV 2001/31, dat telkens is verlengd.

De ziektekostenregeling voor asielzoekers
Asielzoekers, die opvang krijgen van het COA en anderen die gebruik kunnen maken van de asielzoekersopvang, kunnen tevens gebruik maken van de gezondheidszorg. Globaal geldt dat ze dezelfde verstrekkingen krijgen als ziekenfondsverzekerden met uitzondering van IVF-behandeling en genderoperaties.